

Weinig tijdperken van de klassieke muziek hebben zoveel onvergetelijke melodieën opgeleverd als de barokperiode, die liep van circa 1600 tot 1750. Een greep: de meesterwerken voor solopiano van Bach, Händels oratorium Messiah, Vivaldi’s programmatische cyclus De vier jaargetijden. Zoals de term barok aangeeft, worden in de muziek uitgebreide versieringen opgenomen, zowel in secties waarin uitvoerders improviseren als in de uitgeschreven arrangementen. In deze periode ontstonden innovatieve compositionele vormen en concepten, zoals de danssuite (bijvoorbeeld Händels Water Music). Ook kwamen er nieuwe instrumentale combinaties, bijvoorbeeld met de in de 17e eeuw ontwikkelde hobo. Bach hield van het instrument.