

“Ik ben 71 jaar en ik weet echt niet hoe ik zo oud ben geworden”, vertelde Ozzy Osbourne aan Apple Music. “Ik herinner me dagen dat ik wakker werd met overal kots om me heen. Ik ben wakker geworden in een bed vol bloed, nadat ik was gevallen en mijn hoofd had gestoten.” Ozzy Osbourne heeft wel vaker over de dood gezongen. Vijftig jaar voor de release van dit album vroeg hij op het eerste nummer van Black Sabbaths debuutalbum aan Satan: ‘Is it the end?’ Op zijn twaalfde solo-album (en zijn eerste sinds tien jaar) denkt hij iets serieuzer na over de dood. Op ‘Holy for Tonight’ vraagt hij zich af: ‘What will I think of when I speak my final words? … What will I think of when I take my final breath?’ Op de titelsong, een epische ballad met Elton John, strijkinstrumenten en een koor, geeft hij toe: ‘Don’t know why I’m still alive/Yes, the truth is I don’t wanna die an ordinary man.’
Laten één ding duidelijk zijn: er is geen enkele kans dat Ozzy Osbourne overlijdt als een doodgewone man. Elton ook niet trouwens − eigenlijk niemand die meedoet aan dit album. De producer is Andrew Watt, een gitarist die Osbourne ontmoette toen hij werkte aan Post Malone’s track ‘Take What You Want’ (die je kunt horen aan het einde van het album). Watt maakte een lijstje met beroemde vrienden die mee konden helpen en het eerste telefoontje ging naar Chad Smith, de drummer van Red Hot Chili Peppers. “Ik zei: ‘Ozzy wil dat we een album maken’ en hij zei: ‘Wanneer? Wanneer doen we het? Laten we het doen. Laten we het doen!’”, zegt Watt. “Ik dacht: ‘Wow, hij heeft er echt zin in. En we hebben ook een bassist nodig’. Dus ik belde Duff McKagan van Guns N' Roses. En Duff zei: ‘Wanneer? Wanneer? Wanneer?’ Ook al zo enthousiast dus.” Het resultaat is een meeslepend album dat zaken als tijd en sterfelijkheid confronteert, maar waarop ook ruimte is voor toilethumor, aliens, kannibalen en die keer in 1972 toen Osbourne zoveel cocaïne nam dat hij per ongeluk de politie op zichzelf afstuurde. “Ik dacht dat het een knop voor de airco was”, zegt Osbourne over het verhaal achter het punky ‘It’s a Raid’. “Maar het was een alarmknop!”
Aangezien Osbourne er al decennialang geen geheim van maakt dat hij met zijn gezondheid kampt, en in 2019 te horen kreeg dat hij lijdt aan de Ziekte van Parkinson, is het bestaan van Ordinary Man op zich al iets bijzonders. Watt, Smith en McKagan hebben de perfecte balans gevonden tussen knetterharde riffs (vooral op opener ‘Straight to Hell’) en ontroerende rockballads (‘Under the Graveyard’ en het titelnummer in het bijzonder), terwijl ‘Today Is the End’ klinkt als een snauwende hybride van Metallica en Alice in Chains − bands die door Osbourne werden geïnspireerd. De massieve drums en van toonhoogte veranderde stem op de intro van ‘Goodbye’ zijn een overduidelijke verwijzing naar Black Sabbaths ‘Iron Man’. Nadat hij de woorden heeft gezongen: ‘Sitting here in purgatory, not afraid to burn in hell/All my friends are waiting for me, I can hear them crying out for help’, eindigt de ‘prince of darkness’ met een cruciale vraag: ‘Do they sell tea in heaven?’