Chopin Orbit

Chopin Orbit

“De muziek van Chopin is perfect gecomponeerd”, vertelt Hayato Sumino aan Apple Music Classical. “Toch bezit het ook immer de gloed van improvisatie.” De passie van de Japanse pianist voor Chopin, die ontstond in zijn jeugd, klinkt door op Chopin Orbit. Het album is een persoonlijk eerbetoon aan de Poolse componist. Acht essentiële stukken van Chopin worden gekoppeld aan Sumino’s geïmproviseerde muzikale reflecties daarop. Ook is er muziek van Thomas Adès, Leoš Janáček en Leopold Godowsky, waarbij stukken voor klavier zijn gekozen die Chopinachtige kwaliteiten bezitten. “Er zit zoveel elegantie in de muziek en esthetiek van Chopin”, zegt Sumino. “Ik hou ervan, want ik improviseer en componeer op die manier muziek. Ik ben zo enorm geïnspireerd door zijn muziek. Zijn composities ontstonden door te improviseren achter de piano. Die improvisaties waren vast heel mooi!” Hayato Sumino luisterde voor het eerst naar de muziek van Chopin toen hij vijf jaar was. Dat was twee jaar nadat hij begon met pianospelen. “Toen wist ik niet eens wie de componist was”, herinnert hij zich. “Ik vond het stuk gewoon mooi. Het was ‘Polonaise nr. 13 in As-majeur. Dat kon ik makkelijk spelen.” De meeste vijfjarige pianisten zouden worstelen met de vloeiende partij voor de rechterhand, laat staan dat ze het kunnen uitvoeren terwijl de linkerhand de metronomische begeleiding speelt. Al snel voegde de jonge Hayato het uitdagendere Wals nr. 14 toe aan zijn repertoire. “Het was zo leuk om die stukken te spelen. Later wilde ik omvangrijkere werken van Chopin spelen. Ik begon met het leren van Scherzo nr. 1 toen ik negen was. Sindsdien draag ik Chopin met me mee.” Chopin Orbit biedt luisteraars die bekend zijn met de muziek van Chopin om hun favoriete stukken te horen vanuit een fris perspectief. Ook is het een instapmoment voor nieuwe luisteraars. Sumino voert twee van de bekendste stukken op dit album (‘Regendruppelprelude’ en ‘Berceuse’) uit op een buffetpiano, het instrument waarop miljoenen mensen hebben geleerd op Chopins werk uit te voeren. Zelfs explosieve passages die normaliter op een vleugel worden uitgevoerd, zoals de eruptie tegen het slot van ‘Polonaise-Fantaisie’ en de snelle afwisselingen tussen linkerhand en rechterhand in ‘Zwarte toetsen’ (uit 12 Études à son ami Franz Liszt), sluiten geriefelijk aan bij de reflectieve en zachtmoedige sfeer van het album. “Het is een soort intieme dialoog tussen Chopin en de piano, die plaatsvindt in een kleine kamer”, zegt Sumino. “Ik dacht niet eens na over een publiek.” Zijn repertoirekeuze voor het album maakte een geleidelijke ontwikkeling door. “Eerst probeerde ik zoveel uiteenlopende stijlen binnen Chopins oeuvre te kiezen als mogelijk is. Maar ik vond een rode draad toen ik op het idee kwam om bij de etude ‘Aeolische’ de modaliteit van de toonladder te veranderen naar de lydische toonladder. Dat werd mijn stuk ‘Lydian Harp’. De klankkleur van Chopins ‘Regendruppelprelude’ paste ik aan voor mijn ‘Raindrop Postlude’.” Op laatstgenoemde stuk wordt de muziek gespeeld op een buffetpiano, die door Sumino is aangepast om de klank van een geplukte contrabas na te bootsen. “Mijn hercomposities zijn niet in de stijl van Chopin”, legt hij uit. “Ik pakte een motief van Chopin voor elke improvisatie. Maar ik put inspiratie uit diverse musici. Mijn arrangement voor ‘Larghetto’ uit Chopins Pianoconcert nr. 2 is bijvoorbeeld een eerbetoon aan Peace Piece van jazzpianist Bill Evens. Ik wilde dat het een soortgelijke sfeer zou hebben. Chopins ‘Berceuse’ heeft, zo meen ik, dezelfde sfeer van Evans’ stuk wat betreft structuur en esthetiek. De rechterhand speelt vloeiend en als bij een improvisatie, terwijl de linkerhand aldoor hetzelfde patroon herhaalt.” Suminos improvisaties kun je zien als satellieten die rondzweven in het universum van Chopins stukken. Het zijn onafhankelijke objecten, maar bevatten wel fundamentele elementen van Chopin muziek. “Er zitten zoveel praktische technieken en prachtige muzikale aspecten in zijn werk, zoals de etudes. Ik heb er enkele geleend bij mijn improvisaties. Ik wilde ook werk uitvoeren van componisten die ongeveer hetzelfde deden als ik. Janáček heeft in muzikaal opzicht niet zoveel gemeen met Chopin, maar Godowsky heeft zoveel geweldige arrangementen gemaakt van zijn muziek. Adès’ ‘Second Mazurka’ (uit Mazurkas for Piano) is geen typische mazurka, maar hij koos een fragment van een mazurka uit en verspreidde dat door het stuk heen. Janáčeks compositie heet ‘Goedenacht!’ (uit Op een overgroeid pad), vandaar dat ik het idee had om het na Chopins ‘Berceuse’ te plaatsen. Het is dan net alsof luisteraars nog de melodie van ‘Berceuse’ horen, die ik speel op een celesta, maar dan vanaf ver weg, ergens in hun dromen. Het origineel van Janáček voerde ik uit op een vleugel. Ik wil luisteraars laten voelen dat ze zicht tussen de realiteit en een droom in bevinden. Dat is het doel.” ‘Imaginary Polonaise’ vormt een brug tussen de wereld van Chopin en het thuisland van Hayato Sumino, waarbij de verbinding plaatsvindt middels nostalgie en romantiek. “Het is interessant dat Poolse en Japanse muziek erg verschillend zijn, maar toch Japanse mensen echt van Chopins muziek houden”, zegt hij. “Ik denk dat er overeenkomsten zijn wat betreft esthetiek en persoonlijkheid, maar ik kan het niet uitleggen. Er is moed voor nodig om bij het maken van mijn eigen muziek te verwijzen naar het werk van Chopin. Zijn muziek is een soort Bijbel voor elke pianist. Daarom wilde ik zijn originele muziek koppelen aan mijn hercomposities en composities. Zo doe ik het al sinds mijn jongere jaren: improviseren, componeren, arrangeren.”