B.A.C.H.

B.A.C.H.

“Mijn relatie tot de muziek van Bach voelt altijd heel compleet. Toen ik jong was, was het een muzikale voeding voor mijn oefenpraktijk”, vertelt de Zweedse klarinettist Martin Fröst aan Apple Music Classical. “In plaats van etudes speelde ik zijn solosonates voor viool en de cellosuites. Het was voor mij als student in alle opzichten heerlijk om deel uit te maken van dit repertoire.” Bach heeft nooit voor de klarinet geschreven: tijdens zijn leven was het instrument wel al uitgevonden maar het stond nog in de kinderschoenen. Toch werken de vloeiende klanken, emotionele diepgang en guitige humor van het moderne instrument perfect in de muziek van de Duitse barokcomponist. In B.A.C.H. presenteert Fröst een veelzijdige selectie van klavier- en orgelwerken, liturgische aria's en delen voor orkest en werpt daar, bijgestaan door vrienden en familie, een nieuw licht op met fantasievolle, vaak verrassende maar altijd prachtige nieuwe arrangementen. De 'Aria' uit de Goldbergvariaties is bijvoorbeeld teruggebracht tot zijn pure vorm, waarbij Frösts hoge klarinettonen slechts worden ondersteund door de geplukte snaren van Sebastien Dubés contrabas. Voor de daaropvolgende 'Sinfonia in G majeur' speelt Fröst zelf beide bovenstemmen, terwijl cellist Anastasia Kobekina de voortsnellende baspartij voor haar rekening neemt. Dat was, bekent hij, een onverwachte uitdaging. “Meersporenopname was compleet nieuw voor mij, en ik moest me heel goed concentreren om te voelen waar ik naartoe ging. Met mezelf samenspelen bleek moeilijker te zijn dan ik dacht.” Fröst wordt in meerdere arrangementen vergezeld door Jonas Nordberg, die met zijn teorbe een zachte ondertoon geeft aan onder meer de 'Sarabande' uit de Franse Suite nr. 5 en het smekende 'Ich ruf zu dir, Herr Jesu Christ'. Voor een paar tweedelige Inventionen komt Frösts broer Göran op altviool als een behendige partner uit de hoek. Het laatste stuk is een soort bonus: in het 'Largo' uit het Klavecimbelconcert nr. 5 wordt Fröst vergezeld door Benny Andersson van ABBA. Deze voegt met zijn heldere pianoklanken en informele, popachtige aanpak weer eens een ander, niet minder aantrekkelijk soort zoetheid toe aan Bachs muziek.